Donderdag 22 oktober is het Wereldstotterdag. Het StotterFonds vraagt deze dag aandacht voor stotteren bij kinderen en richt zich dit jaar vooral op ouders. De informatie kan helpen om beter met stotteren om te gaan.
Van alle jonge kinderen maakt naar schatting 5 tot 17 procent een periode door waarin ze niet vloeiend spreken. Bij de meeste kinderen gaat dit gelukkig weer over. Bij ongeveer 0,7 tot 1 procent ontwikkelt zich blijvend stotteren. Dit zijn naar schatting zo’n 175.000 Nederlanders.
Ouders van kinderen die stotteren, hebben vaak vragen. Hoe kunnen ze hun kind helpen tijdens het praten? En hoe bespreek je stotteren zonder dat een kind zich ervoor gaat schamen?
Ruimte om te praten
Volgens het StotterFonds speelt de reactie van ouders een belangrijke rol in hoe een kind met stotteren omgaat. Het fonds adviseert ouders om hun kind te accepteren zoals het is en het aan te moedigen alles te zeggen wat het wil vertellen.
Het is daarnaast belangrijk om open over stotteren te praten. Zo krijgt een kind de ruimte om te vertellen hoe het spreken voelt en waar het tegenaan loopt. Ouders kunnen immers hun kind pas helpen op het moment dat ze begrijpen hoe het kind het stotteren zelf ervaart.
Sinds 1998 is 22 oktober ieder jaar Wereldstotterdag. Op deze dag wordt wereldwijd aandacht gevraagd voor stotteren. Mensen die stotteren, logopedisten, onderzoekers en zelfhulpgroepen komen zo samen om meer begrip te creëren, vooroordelen weg te nemen en te laten zien welke hulp er mogelijk is.