“De Zwarte Cross heeft Tante Rikie, wij hebben Gerrit.” Het zijn de veelzeggende woorden die vier jaar geleden door de speakers van de feesttent in Wijhe galmden, toen Gerrit Hulleman de prestigieuze ‘Kei van Wijhe’ uitgereikt kreeg. Al 34 jaar lang is hij de drijvende kracht achter het Wijhese kermisvermaak. Maar wie met Hulleman in gesprek gaat, ontdekt al snel dat de lokale kermiscultuur veel dieper geworteld zit dan de afgelopen drie decennia. “Onze kermis is een traditie die onlosmakelijk bij Wijhe hoort. Ik heb het kunnen bewijzen tot het jaartal 1679, maar de historie gaat ongetwijfeld nog verder terug. Dat onderzoek loopt nog steeds.”
Per schip over de IJssel
Wie tegenwoordig over de kermis loopt, ziet moderne, hydraulische attracties die binnen een paar uur vanuit een enkele vrachtwagenlader worden uitgeklapt. Vroeger was dat wel anders. “De attracties waren destijds klein en de exploitanten hadden vaak niet eens geld voor een eigen paard,” vertelt Hulleman gepassioneerd. “Veel exploitanten kwapen per schip over de IJssel en legden aan bij de loswal. Vanaf daar moesten alle materialen met handkarren helemaal naar het Kerkplein worden gesleept. Een gigantische operatie.”
Een begrip in Wijhe was de kermisfamilie Gigengack uit Hengelo, die vanaf 1874 maar liefst 109 jaar onafgebroken naar het IJsseldorp trok. “Opa Gigengack had in het begin geen eigen paard. Hij stuurde een telegram naar stalhouderij Overkempe. Die ging dan met twee span paarden de vier wagens van de draaimolen ophalen. Veel Wijhenaren namen speciaal vrij voor de kermis. Ze stonden de paarden en de wagens op te wachten bij de gemeentegrens. Zodra het transport in zicht kwam, rende iedereen mee naar het dorp terwijl ze riepen: ‘Gigengack komt eraan!’ Bij aankomst stroomde het hele dorp toe. Het hele dorp kwam meteen in de feeststemming en er werd direct gehost en gedanst op straat.” Elektriciteit was er nog niet. De draaimolen werd aangedreven door een paard dat binnenin de attractie in een cirkel liep om de molen in beweging te krijgen.
De geit verkopen voor een borrel
In de negentiende en vroege twintigste eeuw was de kermis het absolute hoogtepunt van het jaar. Waar het kermisvermaak tegenwoordig voornamelijk een aangelegenheid voor de jeugd is, ging honderd jaar geleden het hele gezin, van opa en oma tot de kleinkinderen, samen in de draaimolen. “Mensen deden extra klusjes of verkochten letterlijk hun huisgeit om maar genoeg centen te sparen voor een ritje of een borrel,” vertelt Hulleman.
De kermis, die destijds van woensdag tot en met vrijdag duurde, kende haar topdag op de donderdag. Boeren uit de hele regio kwamen met paard en wagen naar Wijhe om feest te vieren. Viering van de kermis was onlosmakelijk verbonden met overvloedig cafébezoek. “Wijhe telde tijdens het feest maar liefst 26 officiële drankvergunningen. Dat waren lang niet allemaal echte cafés. Inwoners die aan de Langstraat of het Marktplein woonden, maakten tijdens de kermis gewoon hun woonkamer leeg en zetten er tafels en stoelen in om drank te verkopen aan de bezoekers.”

Het ontstaan van de Wiejese Diekdaegen
Halverwege de twintigste eeuw moderniseerde het terrein en veranderde de opzet van de dorpsfeesten. In 1948 werd het Verenigd Comité opgericht om alle nationale feesten te stroomlijnen, en in 1960 werd het 1000-jarig bestaan van Wijhe uitbundig gevierd met tentoonstellingen, parades, feesttenten, activiteiten voor de jeugd en natuurlijk de kermis. De kermis bleef populair, maar de organisatie die destijds in handen van de gemeente lag, begon te wankelen. De gemeente maakte volgens Hulleman namelijk één cruciale fout: zij organiseerden de kermis puur op basis van de pachtinkomsten, die het liefst zo hoog mogelijk moest zijn. Er werd geen geld geïnvesteerd in nevenactiviteiten of gezelligheid om het feest aantrekkelijk te houden. Hierdoor trad vanaf de jaren tachtig een enorm verval op. De kermis werd van jaar op jaar kleiner en minder aantrekkelijk.
Het roer moest rigoureus om. Rob Bourquin (de opa van Ludo, de huidige voorzitter) zat destijds in de gemeenteraad en trok aan de bel. De gemeente besloot de kermis te privatiseren. In 1992 pakte de plaatselijke carnavalsvereniging de organisatie op om te kijken of er meer draagvlak en reuring gecreëerd kon worden. Gerrit Hulleman werd gevraagd om de portefeuille ‘kermisvermaak’ op zich te nemen en de attracties binnen te halen.
Na twee jaar bleek de organisatie onder de vlag van de Diekschoevers financieel niet langer houdbaar. Hulleman liet zich echter niet uit het veld slaan. Samen met Praothuus-eigenaar Gerrit Veldhuis besloot hij een compleet nieuwe, onafhankelijke stichting op te richten. Er werd een prijsvraag uitgeschreven voor een nieuwe naam: de Wiejese Diekdaegen waren geboren. In september 1994 vond de allereerste editie plaats. “Onze eerste grote overwinning was dat de gemeentelijke pacht direct gehalveerd werd,” blikt Hulleman terug. “Vervolgens hebben we de lokale horeca en (sport)verenigingen erbij betrokken om het feest zo breed mogelijk te trekken.” De gedachte van Hulleman werd de gouden formule die de kermis redde: voor elk wat wils, voor alle leeftijdsgroepen en niet te vergeten: tegen acceptabele ritprijzen.
Ruimte voor de jeugd
Om de toekomst van het feest te borgen, besloten Hulleman en de overige voortrekkers van het eerste uur in 2018 om bewust uit het hoofdbestuur te stappen. “Je moet op tijd plaatsmaken voor de jeugd. En je ziet het: het loopt momenteel als een tierelier.” Een andere cruciale, strategische zet was de verhuizing van de kermis in 2019 van het Marktplein naar het Van Dedemplein. “De feesttent stond toen al een tijdje op het Van Dedemplein en de kermis ver weg op het Marktplein. Door de kermis direct naast de feesttent te plaatsen, ontstond er een prachtige wisselwerking en zag je de omzetten direct weer stijgen.”
Hoewel de kermiswereld door stijgende exploitatiekosten onder druk staat, blijft Hulleman vechten voor ‘zijn’ kermis. Hij houdt de pacht voor de exploitanten bewust zo laag mogelijk om de ritprijzen betaalbaar te houden. Stoppen? Daar denkt de 34-jarige jubilaris nog lang niet aan. “Ik doe dit puur als hobby en ik ken inmiddels honderden mensen uit de kermiswereld. Zolang we de kermis blijven combineren met randactiviteiten, in goede samenspraak met horeca en middenstand en een enthousiast jong bestuur hebben dat gedragen wordt door de hele gemeenschap, zie ik de toekomst van de Wiejese Diekdaegen rooskleurig in.”