Brett ontmoet een wolf

Ineens was hij daar. Het zou natuurlijk ook een zij kunnen zijn maar gezien de hachelijke situatie besloot ik om deze afweging voor later te bewaren en voorlopig maar van een mannelijke versie uit gaan. Waarom stond ik eigenlijk stil? Een paar seconden geleden fietste ik nog, in het licht van de volle maan, met 40 kilometer per uur over het smalle fietspad. En ik was niet het enige dat stil stond: het water in het kanaal, de zwanen, de rietkraag en de autolampen in de verte op de N35. Alles stond stil.

Door Brett

En voor me stond een wolf. ‘Sorry’, zei hij, ‘maar ik wilde u graag even rustig kunnen spreken’. Zijn gele ogen priemden in de nacht. Ik rook zijn vacht, een aangename geur als van een pas gewassen hond. ‘Ik zie u vaak voorbij fietsen. Net als ik lijkt u van de nacht te houden. U lijkt me een redelijk man. En uw schapen, verderop, zien er verzorgd en smakelijk uit.’

De schrik sloeg me om het hart. Ik kreeg een visioen van een weiland vol bloedende en aangevreten slachtoffers.

‘Rustig maar.’ De wolf onderbrak mijn angstscenario. ‘Uw schaapjes maken het goed. Ik wil u alleen een vraag stellen. Een voor mij erg belangrijke vraag. Toekomstbepalend ook.’

Uit de struiken kwam een groepje puppy’s tevoorschijn. ‘Het zijn welpjes’, zei de wolf, ‘geen puppy’s. Een veelgemaakte fout. Maar dat geeft niet hoor. Het gaat ook over hun toekomst trouwens.’ Met een snauw joeg hij de welpjes terug in de beschutting.

De kop met de gele ogen kwam nu heel dichtbij. Een slagerij-walm van rauw vlees sloeg me in het gezicht. Ik deinsde achteruit en spande mijn spieren.

‘Luister’. De wolf schraapte met een diepe rasp zijn keel. ‘Mijn vraag is niet moeilijk en voor u waarschijnlijk eenvoudig te beantwoorden. Vindt u het goed als ik hem nu stel?’

Ik keek om me heen naar een vluchtweg maar er was geen enkele mogelijkheid om me ook maar een millimeter te verplaatsen. De beklemming was volledig. Ik knikte. ‘Natuurlijk.’

‘Ok dan. Mijn vraag is deze. Zijn wij als wolven wel welkom in Nederland?’

Uiteraard overviel de wolf me met deze vraag. Hij overviel me tenslotte met alles, zo midden in de nacht op een verlaten fietspad. Ook tijdsdruk zou een vergoelijkende factor kunnen zijn. En een spoortje angst, dat telde ook mee. Desalniettemin was mijn antwoord ongelooflijk stupide en waarschijnlijk ingegeven door een onbewuste maatschappelijke druk. Ik zei: ‘Voor iemand die zich aanpast is er altijd een warme plek in ons fijne land.’ Daarna kneep ik mijn ogen dicht. Dit was mijn einde.

Maar de wolf kreunde licht en bleef kalm: ‘Mmm, aanpassen. Daar zeg je wat. Ik weet niet of wij wolven dat wel kunnen. Aanpassen…tsjonge.’ Een halve seconde verdween één geel oog. Was ik hier getuige van een wolvenknipoog? Toen was de wolf verdwenen.

Ik zag de zwanen weer drijven op het golvende water. Het riet begon opnieuw te wuiven en in de verte gleden de auto’s weer zacht over de N35. En zoals met zoveel dingen vroeg ik me af wat dit nu weer te betekenen had.

www.brettsnap.nl
brettcolumn@hotmail.com

 

 

 

Het bericht Brett ontmoet een wolf verscheen eerst op Opinie in Salland.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie